Shop een Vervaco voorbedrukt kruissteekkussen of smyrnakussen van 40x40cm groot en ontvang een kussenrug t.w.v. €12,50 kado! 

Borduursteken overzicht: alle steken uitgelegd

Borduursteken overzicht: alle steken uitgelegd

Borduursteken overzicht: alle technieken voor beginners en gevorderden

In het kort

  • Er bestaan tientallen borduursteken, maar met zo'n 5 basistechnieken kom je al heel ver. In dit overzicht behandelen we meer dan 15 steken, van rijgsteek tot french knot.
  • Elke steek heeft een eigen functie: lijnen trekken, vlakken vullen of textuur toevoegen. De juiste keuze hangt af van je project.
  • Bij elke steek lees je wanneer en hoe je hem toepast, zodat je direct aan de slag kunt met de juiste borduurgarens en materialen.

Welke borduursteek gebruik je wanneer? Het is een vraag die vrijwel elke borduurder zich stelt, of je nu voor het eerst een naald oppakt of al jaren bezig bent. Het aanbod aan steken kan overweldigend lijken, maar het goede nieuws is dat de meeste projecten draaien om een beperkt aantal technieken. In deze gids lopen we alle belangrijke borduursteken langs, van de allereerste steek die je als beginner leert tot geavanceerde 3D-technieken. Je ontdekt niet alleen hoe elke steek werkt, maar vooral ook welke steek je het beste kunt kiezen voor jouw project. Onderweg verwijzen we door naar uitgebreide tutorials en de materialen die je nodig hebt.

Wat zijn borduursteken en waarom zijn er zoveel?

Borduursteken zijn de basistechnieken waarmee je met naald en draad patronen, afbeeldingen of versieringen op stof aanbrengt. Elke steek ontstaat door de draad op een specifieke manier door de stof te halen, en die manier bepaalt het uiteindelijke effect. Sommige steken trekken een scherpe lijn, andere vullen een heel vlak, en weer andere creëren textuur die letterlijk boven de stof uitkomt.

Dat er zoveel steken bestaan, heeft alles te maken met eeuwen borduurgeschiedenis over de hele wereld. Van Japanse sashiko tot Scandinavisch kruissteekwerk en moderne freestyle embroidery: elke traditie bracht eigen technieken voort. Vandaag de dag tellen handboeken soms meer dan 300 variaties. Dat klinkt veel, maar de meeste zijn varianten op dezelfde grondbeginselen.

In dit overzicht delen we de steken op in logische categorieën:

  • Basissteken voor lijnen en contouren
  • Vulsteken en decoratiesteken voor vlakken en randen
  • Kruissteken voor telwerk op aida of stramien
  • Speciale effectsteken voor dimensie en textuur
  • Minder bekende steken voor gevorderden

Door deze opbouw vind je snel welke steek past bij wat je wilt maken. Begin je net met borduren? Start dan bij de basissteken en bouw rustig op. Ben je al gevorderd? Scroll door naar de speciale effectsteken of de minder bekende varianten.

Welke materialen heb je nodig om te borduren?

Vier basisbenodigdheden vormen de kern van elk borduurproject. Met het juiste materiaal werk je prettiger en worden je steken gelijkmatiger.

Borduurnaalden hebben een groter oog dan gewone naainalden, zodat het dikkere borduurgaren er makkelijk doorheen past. Kies de dikte van je naald op basis van je garen en stof: een dunnere naald voor fijn linnen, een dikkere voor aida.

Borduurgaren is er in veel varianten, maar het meest gebruikt is mouliné. Dit garen bestaat uit 6 losse draden die je kunt splitsen. Werk je met 2 draden voor fijne details of met 4 voor een voller effect? Dat bepaal je per project. Bij ons vind je honderden kleuren van merken als DMC en Anchor.

Borduurstof verschilt per techniek. Voor kruissteek gebruik je aida of stramien met een duidelijk telbaar raster. Voor vrije borduursteken zijn linnen, katoen of zelfs katoenen twill geschikt. De dichtheid van de weving, uitgedrukt in count, bepaalt hoe gedetailleerd je kunt werken: 14-count aida is ideaal voor beginners, 18-count biedt meer detail. Bekijk het aanbod borduurstoffen om de juiste stof voor jouw project te kiezen.

Een borduurring of frame houdt je stof strak gespannen. Dat lijkt een detail, maar het maakt een enorm verschil: strakke stof zorgt voor gelijkmatige steken en voorkomt dat je werk kromtrekt. Houten ringen van 15 tot 20 cm zijn het meest veelzijdig.

Daarnaast zijn een kleine borduurschaar en eventueel een uitwisbare marker handig om je patroon over te tekenen. Wil je inspiratie voor een compleet startpakket? In onze collectie borduurpakketten zit alles wat je nodig hebt bij elkaar.

Hoe begin je met borduren? Aanhechten en afhechten

Voordat je aan je eerste steek begint, moet je weten hoe je de draad netjes vastmaakt en weer afwerkt. Een rommelige achterkant valt op en kan ervoor zorgen dat je werk losraakt. Deze twee technieken gebruik je bij elke steek in dit overzicht.

Draad aanhechten zonder knoop (lusmethode)

De lusmethode is de populairste manier om te starten zonder knoop. Knip een stuk garen van ongeveer 50 cm, vouw het dubbel en rijg het losse uiteinde (de twee draden) door het oog van de naald. Aan de andere kant ontstaat een lus. Steek de naald van achteren door de stof naar voren en maak je eerste steek. Wanneer je de naald weer naar achteren haalt, steek je hem door de lus en trek je zachtjes aan. De draad zit nu stevig vast zonder knoop.

Deze methode werkt het beste wanneer je met een even aantal draden borduurt, dus 2, 4 of 6 draden mouliné. Bij een oneven aantal draden kun je de draad aanhechten door de eerste steek een paar keer over te borduren, zodat het uiteinde vastzit onder de eerste steken.

Draad afhechten aan de achterkant

Draai je werk om en rijg de naald onder 3 tot 4 bestaande steken aan de achterkant. Trek de draad erdoorheen en knip het overtollige garen kort af, op ongeveer 5 mm. Maak geen knoop, want die kan een bobbel veroorzaken aan de voorkant en laat soms los na wassen. Door onder bestaande steken door te rijgen, zit de draad stevig genoeg en blijft de achterkant glad.

Een tip: hecht altijd af in de buurt van steken in dezelfde kleur. Zo voorkom je dat donker garen doorschijnt bij lichtgekleurde delen van je borduurwerk.

Basissteken voor beginners: start hier

Deze drie steken vormen het fundament van vrijwel elk borduurproject. Ze zijn eenvoudig te leren, veelzijdig in gebruik en komen in bijna elk patroon terug. Oefen ze op een restje stof voordat je aan een groter project begint.

Rijgsteek (running stitch)

De rijgsteek is de eenvoudigste borduursteek die er bestaat. Je haalt de naald afwisselend van voor naar achter en weer terug, waardoor een streepjeslijn ontstaat. De steken zijn even lang en de tussenruimtes ook. Standaard werk je met steken van 3 tot 5 mm.

Wanneer gebruik je de rijgsteek? Voor eenvoudige contouren, stippellijnen, quilten en als basis voor geweven steken. De rijgsteek is ook de grondvorm van sashiko, de Japanse borduurtraditie die geometrische patronen creëert met alleen deze techniek. Door de lengte en afstand van je steken te variëren, kun je al heel verschillende effecten bereiken.

Stiksteek (back stitch)

De stiksteek creëert een doorlopende, ononderbroken lijn en is daarmee de meest gebruikte steek voor contouren en tekst. Bij elke steek prik je de naald naar achteren op het punt waar de vorige steek eindigde, waardoor er geen ruimte tussen de steken valt. Het resultaat lijkt op een machinale stiksellijn.

Je gebruikt de stiksteek voor het omlijnen van vormen, het borduren van letters en het tekenen van fijne details zoals gezichtsuitdrukkingen. In veel borduurpakketten zie je de stiksteek terug als finishing touch rond vlakken die met een andere steek zijn gevuld.

Werk van rechts naar links als je rechtshandig bent. Maak steken van 2 tot 3 mm voor vloeiende bogen en tot 5 mm voor rechte lijnen.

Steelsteek (stem stitch)

De steelsteek geeft een gedraaide, touwachtige lijn die perfect is voor stengels, takken en vloeiende lijnen. De draad loopt bij elke steek iets schuin, waardoor het kenmerkende gedraaide effect ontstaat. Werk van links naar rechts en houd de draad altijd aan dezelfde kant van de naald, onder of boven. Wissel je van kant, dan verlies je het gedraaide effect.

Veel borduurders gebruiken de steelsteek voor bloemstengels, belettering en decoratieve randen. De steek volgt bochten mooier dan de stiksteek en is daarmee ideaal voor organische vormen. Maak steken van 3 tot 5 mm en zorg dat elke nieuwe steek halverwege de vorige begint.

Populaire vul- en decoratiesteken

Zodra je contouren kunt borduren, wil je ook vlakken vullen en decoratieve elementen toevoegen. Deze drie steken komen in vrijwel elk borduurpatroon voor en bieden een mooie opstap naar complexere technieken.

Satijnsteek of platsteek (satin stitch)

De platsteek vult een vlak met parallelle, dicht naast elkaar liggende steken die een glad, glanzend oppervlak creëren. De steken lopen van rand tot rand van het vlak, zonder overlap of tussenruimte. Het resultaat heeft een zijdeachtige glans, vandaar de Engelse naam satin stitch.

Gebruik de platsteek voor kleine tot middelgrote vlakken zoals bloemblaadjes, bladeren en letters. Voor vlakken breder dan 1 cm wordt de steek minder stabiel, omdat lange draden losjes over de stof liggen. Werk in dat geval met een gesplitste platsteek of onderleg de steken met een laag rijgsteken voor meer structuur.

Houd je steken zo dicht mogelijk naast elkaar zonder overlap. Te veel ruimte geeft een rafelig resultaat, te veel overlap maakt het vlak bobbelig. Oefen op een rond vlak van 1 cm doorsnee om het gevoel te krijgen.

Kettingsteek (chain stitch)

De kettingsteek maakt een reeks lusjes die op schakels van een ketting lijken. Steek de naald in hetzelfde gaatje als waar de draad uitkomt en breng hem een paar millimeter verderop weer naar boven, met de draad onder de naaldpunt. Trek zachtjes aan zodat een lusje ontstaat.

De kettingsteek is bijzonder veelzijdig: gebruik hem als lijnsteek voor dikke contouren, of vul een vlak door rijen naast elkaar te borduren. De steek werkt ook prachtig voor belettering en decoratieve randen. Omdat de lusjes wat dikker zijn dan een stiksteek, valt de kettingsteek beter op van een afstand.

Festonsteek (blanket stitch)

De festonsteek bestaat uit rechte steken met een verbindende draad langs de onderkant. Je steekt de naald van voor naar achter en vangt de draad op onder de naaldpunt voordat je aantrekt. Het resultaat is een rij omgekeerde U-vormen met een doorlopende rand.

Traditioneel gebruik je de festonsteek om de rand van een deken of vilten applicatie af te werken, maar hij is ook decoratief als sierlijn in een borduurwerk. Door de afstand en hoogte van de steken te variëren, maak je geometrische patronen of een organische, golvende rand.

Kruissteken en telsteken

Kruissteek is misschien wel de bekendste borduurvorm ter wereld. In tegenstelling tot vrije borduursteken werk je hier op een stof met een telbaar raster, waardoor elke steek precies op zijn plek valt.

Kruissteek (cross stitch)

De kruissteek bestaat uit twee diagonale steken die samen een X vormen. Je werkt op aida of stramien en volgt een telpatroon waarin elk vakje een kleur vertegenwoordigt. Meestal borduur je eerst een rij halve kruisjes in één richting (van linksonder naar rechtsboven) en werk je terug met de tweede helft (van rechtsonder naar linksboven).

Consistentie is het belangrijkste bij kruissteek: zorg dat de bovenste diagonaal altijd dezelfde kant op loopt. Dit geeft je werk een gelijkmatig uiterlijk. Op 14-count aida passen 14 kruisjes per 2,5 cm, wat een goede balans biedt tussen detail en borduurgemak.

Halve kruissteek

De halve kruissteek is simpelweg de eerste helft van een kruissteek: één diagonale steek per vakje. Je gebruikt hem om lichte schaduwen of achtergronden te suggereren, omdat het effect transparanter en luchtiger is dan een volledige kruissteek. In veel telpatronen wordt de halve kruissteek aangegeven met een apart symbool.

Dubbele kruissteek

De dubbele kruissteek, ook wel stersteek genoemd, combineert een gewone kruissteek met een extra kruis van rechte steken eroverheen. Het resultaat is een stervormig patroon dat meer textuur en vulling geeft dan een enkele kruissteek. Je ziet deze steek vaak in traditionele Scandinavische en Oost-Europese borduurpatronen, met name in randen en geometrische motieven.

Wil je meer leren over telpatronen en kruissteekprojecten? In onze collectie borduurboeken vind je uitgebreide patronenboeken van merken als Thea Gouverneur en Lanarte.

Speciale effectsteken en 3D-technieken

Deze steken tillen je borduurwerk letterlijk naar een hoger niveau. Ze voegen textuur, dimensie en beweging toe en zijn ideaal voor bloemenmotieven en decoratieve accenten.

Franse knoop (french knot)

De franse knoop is een klein, rond knoopje dat op de stof staat en textuur toevoegt. Je wikkelt de draad 1 tot 3 keer om de naald, steekt de naald vlak naast het uitgangspunt terug in de stof en trekt de draad langzaam door terwijl je de wikkelingen op hun plek houdt. Hoe vaker je de draad wikkelt, hoe groter het knoopje.

Franse knoopjes zijn perfect voor bloemenkernen, dierenogen, stippenpatronen en het opvullen van vlakken met een bobbelachtige textuur. Veel beginners vinden deze steek lastig omdat het knoopje door het stofgaatje trekt of onregelmatig wordt. De truc: steek de naald nooit precies in hetzelfde gaatje als waar hij uitkwam, maar een draaddikte ernaast.

We hebben een uitgebreide tutorial geschreven over deze steek, met veelgemaakte fouten en oefentips. Lees onze blog over de franse knoop voor de complete stap-voor-stap uitleg.

Lazy daisy steek (detached chain)

De lazy daisy is een losse kettingsteek die je vastzet met een klein stiksteekje. Het resultaat is een druppelvormig lusje dat perfect bloemblaadjes nabootst. Maak 5 of 6 lazy daisy steken in een cirkel en je hebt een compleet bloemetje, voeg een franse knoop toe in het midden en het plaatje is af.

Je gebruikt deze steek niet alleen voor bloemen, maar ook voor kleine blaadjes, sterretjes en decoratieve vulling. De steek is snel gemaakt en geeft direct een herkenbaar, speels resultaat. Experimenteer met de lengte van het lusje: kort voor strakke blaadjes, langer voor een losser, organischer effect.

Spinnenwebsteek (rozet steek)

De spinnenwebsteek creëert een geweven rondje dat lijkt op een miniatuurroos. Borduur eerst een oneven aantal rechte steken vanuit een centraal punt, als spaken van een wiel (5 of 7 spaken werken het beste). Rijg vervolgens de draad afwisselend over en onder de spaken, in een spiraal van binnen naar buiten, zonder door de stof te prikken.

Het resultaat is een dik, rond rozetje met een mooie textuur. Gebruik hem voor rozen, bessen of decoratieve cirkels. Door de kleur van de draad halverwege te wisselen, maak je een ombré-effect van donker naar licht.

Minder bekende maar handige steken

Naast de populaire steken zijn er technieken die minder vaak in basishandleidingen staan, maar die prachtige effecten opleveren. Ze zijn het ontdekken meer dan waard als je je repertoire wilt uitbreiden.

Veersteek (feather stitch)

De veersteek maakt een vertakkend patroon dat lijkt op een varen of een veer. Je borduurt afwisselend links en rechts een open lusje langs een denkbeeldige middenlijn. Het resultaat is een sierlijke, organische lijn die bijzonder geschikt is voor randen, stengels en decoratieve scheidingslijnen.

De veersteek werkt ook goed in combinatie met andere steken: gebruik hem als stengel waaraan je lazy daisy blaadjes bevestigt, en je hebt een complete plantenillustratie.

Vliegsteek (fly stitch)

De vliegsteek is eigenlijk een open V-vorm die je vastzet met een klein stiksteekje. Afzonderlijk gebruikt lijkt hij op een vogeltje of een vinkje, maar in rijen of kolommen vormt hij decoratieve patronen. Je kunt de vliegsteek ook als vulsteek gebruiken door hem in een willekeurig patroon over een vlak te verspreiden. Varieer de grootte en richting voor een speels, organisch effect.

Koraalsteek (coral stitch)

De koraalsteek maakt een lijn met knoopjes op regelmatige afstanden, als een kralensnoer. Je legt de draad op de stof en maakt een klein knoopje door de draad om de naald te slaan voordat je aantrekt. Het verschil met de stiksteek is de textuur: de knoopjes geven de lijn een tactiel, decoratief karakter.

Gebruik de koraalsteek voor contouren met extra structuur, golven op zee, of decoratieve randen. Door de afstand tussen de knoopjes te variëren, maak je een strakke of juist losse lijn.

Welke steek kies je voor welk project?

De juiste steek kiezen wordt eenvoudiger wanneer je per toepassing denkt. Hieronder vind je de meest voorkomende borduurprojecten met de steken die daarvoor het beste werken.

Contouren en lijnen tekenen: de stiksteek voor scherpe, ononderbroken lijnen en de steelsteek voor vloeiende, organische vormen. Combineer ze in hetzelfde project: stiksteek voor de omlijning, steelsteek voor stengels en krullen.

Vlakken vullen: de platsteek voor kleine, gladde vlakken en de kruissteek voor grotere oppervlaktes op telstof. Wil je textuur in je vlak? Gebruik dan rijen kettingsteken of vul het met willekeurig geplaatste franse knoopjes.

Letters en tekst borduren: de stiksteek is de standaard voor dunne letters, de platsteek voor dikkere, gevulde letters. Bij grote letters kun je de contouren in stiksteek zetten en de binnenkant vullen met platsteek.

Bloemen en planten: de lazy daisy voor bloemblaadjes, de platsteek voor grotere bloembladen, de steelsteek voor stengels en de franse knoop voor het hart van de bloem. Voeg een spinnenwebsteek toe voor rozen met volume.

Decoratieve randen: de festonsteek voor een klassieke rand, de kettingsteek voor een dikke sierlijn, de veersteek voor een organisch randje.

Heb je een concreet project in gedachten maar weet je niet welke steken je nodig hebt? Veel borduurpakketten bevatten een stekenlegenda bij het patroon, zodat je precies weet welke techniek waar wordt toegepast.

Veelgemaakte fouten bij borduren en hoe je ze voorkomt

Zelfs ervaren borduurders lopen soms tegen frustraties aan. Hier zijn de meest voorkomende problemen en hoe je ze oplost.

De draad raakt steeds in de war. Dit gebeurt vaak wanneer je draad te lang is. Werk met stukken van maximaal 50 cm en laat de naald regelmatig vrij hangen zodat de draad zichzelf kan ontdraaien. Mouliné heeft de neiging om te twisten, dus pauzeer elke 10 tot 15 steken even.

Steken worden ongelijk. Consistentie komt met oefening, maar je kunt jezelf helpen door altijd dezelfde spanning aan te houden. Trek de draad stevig genoeg dat de steek plat op de stof ligt, maar niet zo strak dat de stof samentrekt. Tel je steken op regelmatige afstanden en gebruik eventueel de gaatjes in de stof als richtlijn.

De stof trekt krom of rimpelt. Dit is vaak het gevolg van te strakke steken of een verkeerde stofkeuze. Gebruik altijd een borduurring en span de stof trommelstrak. Kies een stevige stof met een dichte weving als je met dikkere garens werkt. Na het borduren kun je het werk voorzichtig strijken aan de achterkant op een zachte ondergrond om kleine rimpels glad te krijgen.

De achterkant is een rommeltje. Een nette achterkant is niet alleen esthetisch, het voorkomt ook dat losse draden verstrikt raken in nieuwe steken. Hecht steeds netjes af wanneer je van kleur wisselt en knip draadjes kort af. Probeer lange sprongen tussen kleuren te vermijden: hecht liever af en begin opnieuw.

Franse knoopjes lukken niet. Dit is de meest genoemde frustratie bij beginners. De knoopjes verdwijnen naar de achterkant of worden plat. De oplossing: wikkel de draad niet meer dan 2 keer om de naald en steek de naald een halve millimeter naast het uitgangspunt terug in de stof, nooit in hetzelfde gaatje.

Veelgestelde vragen over borduursteken

Welke borduursteek is het makkelijkst voor beginners?

De rijgsteek is de allermakkelijkste steek om te leren: je haalt de naald simpelweg op en neer door de stof. Direct daarna is de stiksteek aan te raden, omdat die een doorlopende lijn maakt en in bijna elk patroon voorkomt. Met deze twee steken kun je al eenvoudige contouren en patronen borduren.

Hoeveel draden mouliné gebruik je per steek?

Dat hangt af van de steek en het gewenste effect. Voor fijn werk op linnen gebruik je vaak 1 of 2 draden. Op 14-count aida is 2 draden de standaard voor kruissteek. Voor platsteek en kettingsteek gebruiken veel borduurders 3 of 4 draden voor een vollere dekking. Experimenteer op een restje stof om te zien wat je het mooist vindt.

Wat is het verschil tussen kruissteek en vrij borduren?

Kruissteek is een teltechniek: je werkt op stof met een zichtbaar raster en volgt een telpatroon vakje voor vakje. Vrij borduren, ook wel surface embroidery genoemd, is tekenen met draad: je borduurt patronen direct op gladde stof zonder raster. Bij vrij borduren gebruik je een breed scala aan steken, terwijl kruissteek voornamelijk draait om de kruissteek zelf en varianten daarop.

Welke stof is het beste voor beginners?

Kies als beginner voor 14-count aida als je met kruissteek wilt starten. Voor vrij borduren is stevig katoenen of linnen stof ideaal. Vermijd te dunne of rekbare stoffen, want daar is het lastig om gelijkmatige steken op te maken. In onze collectie borduurstoffen vind je opties voor elk niveau.

Hoe voorkom je dat je borduurwerk kromtrekt?

Gebruik altijd een borduurring of frame en span de stof goed strak. Let op de spanning van je steken: trek ze stevig genoeg dat ze plat liggen, maar niet zo strak dat de stof rimpelt. Werk bij grotere projecten vanaf het midden naar buiten, zodat de spanning gelijkmatig verdeeld blijft.

Kan je borduursteken combineren in één project?

Absoluut, en dat maakt borduren juist zo leuk. De meeste projecten combineren meerdere steken: stiksteek voor contouren, platsteek voor gevulde vlakken, steelsteek voor stengels en franse knoopjes voor details. Door steken te combineren creëer je diepte, textuur en variatie in je werk.

Begin vandaag met je borduurproject

Je kent nu de belangrijkste borduursteken, van de simpele rijgsteek tot de speelse spinnenwebsteek. De beste manier om ze onder de knie te krijgen is gewoon beginnen. Pak een stuk oefenstof, een naald en wat garen, en borduur elke steek een paar keer. Je zult merken dat de bewegingen na een uurtje al veel natuurlijker voelen.

Wil je direct met een compleet project aan de slag? Bekijk onze borduurpakketten met alles erin wat je nodig hebt: stof, garen, naald en een patroon met stekenuitleg. Zo hoef je zelf niets meer uit te zoeken en kun je je volledig richten op het borduren.

Heb je specifieke garens of materialen nodig? In ons assortiment borduurgarens vind je honderden kleuren mouliné van topmerken. En voor meer inspiratie en diepgaande uitleg over specifieke technieken kun je terecht op ons blog, waar we onder andere de spansteek en de franse knoop stap voor stap behandelen.

Heb je vragen over steken, materialen of je project? We helpen je graag verder. Neem contact op via chat, mail of telefoon. Met meer dan 35 jaar borduurervaring weten wij bij C.R. Couture precies hoe we je op weg kunnen helpen.



Copyright © 2026 CrCouture.nl. Alle rechten voorbehouden.
Ontvang de nieuwsbrief en krijg 10% korting op je eerste online bestelling!
Pak je korting!